Sitehulp | KRO Tien Plus!!! | disclaimer en privacyverklaring | Contact | Codename Future |
pagina >> Eendenkooi
In een eendenkooi werden vroeger wilde eenden gevangen. De jagers zetten dan lokeenden in de vijver. Wilde eenden dachten zo dat het een fijn plekje was en kwamen er ook naar toe. En zo konden ze worden gevangen. Nu gebeurt dat niet meer. Maar de boel moet wel netjes onderhouden worden. De bomen rondom de eendenkooi, waarin vroeger de lokeenden hun nest bouwden, moeten worden gesnoeid. 

Een eendenkooi is eigenlijk een plek waar in het wild levende eenden werden gevangen om daarna op te eten.
De eendenkooi bestaat uit een flinke vijver waar enkele smalle sloten op uitkomen, de zogenaamde vangpijpen. In de winter trekken eenden uit koude landen weg naar warmer gebied om te overwinteren. Onderweg moeten ze natuurlijk uitrusten van de reis.
Om overvliegende eenden te lokken, heeft de kooiker, de beheerder van de kooi, op de kooiplas een groot aantal lokeenden die hij dagelijks voert. Zij zijn gewend aan de kooiker en zijn hond.
Als het jachtseizoen geopend is laat de kooiker zijn hond, de kooikershond, langs de pijp lopen om de rustende vreemde eenden te lokken. Langs de pijp groeit riet zodat de eenden de kooiker niet kunnen zien. Het hondje laat hij voor en achter langs het riet lopen. De eenden, nieuwsgierig geworden door het verstopgedrag van de hond met zijn opvallende, grote witte pluimstaart, die steeds weer verdwijnt en een eindje verder weer te voorschijn komt, zwemmen achter het hondje aan de steeds nauwer wordende pijp in. Dan komt de kooiker achter het riet vandaan en jaagt de eenden op. De eenden vliegen uiteindelijk tegen een schuin gespannen net aan het einde van de pijp. Ze vallen dan naar beneden en kruipen naar de enige schijnbare uitweg namelijk het einde van de pijp, het vanghokje. De kooiker laat het vanghokje dichtvallen zodat de eenden gevangen zitten en niet meer terug kunnen.
Tegenwoordig worden er nog maar weinig eenden op deze manier gevangen.